Dit verhaal gaat over een schijnbaar nutteloos stukje van ons lichaam: het wormvormig aanhangsel oftewel de appendix vermiformis ( vermis in het Latijnse woord voor worm). Het is een klein orgaantje dat bungelt aan het eind van de blinde darm, die het begin vormt van de dikke darm. Eigenlijk is dus de appendix het begin van de dikke darm. Dat is niet zonder betekenis, zoals we zullen zien.

Ik schrijf hierboven dat de appendix schijnbaar nutteloos is, omdat we prima zonder dit ongeveer 7 cm lange orgaantje lijken te kunnen en we de appendix alleen maar kennen van die situaties waarin hij wordt verwijderd omdat hij ontstoken is geraakt en er zo een buikvliesontsteking kan worden voorkomen.  Er zijn wel meer van dat soort organen, die we “zomaar” kwijt kunnen. Denk bijvoorbeeld maar aan de milt of de pijnappelklier. Het is mysterieus dat er organen zijn in ons toch zo doelmatige lichaam, die er zonder ingrijpende gevolgen ook niet kunnen zijn, of waarvan de functie moeiteloos door andere organen kan worden overgenomen. Ik schrijf ook over de appendix als schijnbaar nutteloos omdat ik niet geloof dat dit zo is.

In de reguliere medische wetenschap is lang geen aandacht besteed aan de appendix, behalve als het over de meest geëigende operatietechnieken ging. Op zijn best werd de appendix beschouwd als een herinnering aan een ver verleden waarin de mens, of in elk geval het wezen dat bezig was om een mens te worden, nog veel meer onverteerbare plantendelen dan nu tot zich nam, en veel meer darm nodig had om de vertering daarvan tot een goed eind te brengen. Dieren die dat nog wel moeten doen, zoals koeien, die gras eten of koalabeertjes, die zich voeden met eucalyptysbladeren, hebben een veel grotere blinde darm. Er wordt dus aangenomen dat in de loop van de evolutie de mens anders, en blijkbaar verteerbaarder ging eten en zodoende minder (dikke) darm nodig had. De dikke darm is vervolgens in de loop van vele duizenden jaren gekrompen, met het wormvormig aanhangsel als herinnering.Voor de duidelijkheid: de blinde darm is het onderdeel van de dikke darm dat a.h.w. blind eindigt (zie afbeelding) of begint, het is maar hoe je kijkt, maar een zogenaamde blindedarmontsteking is een ontsteking van de appendix.  Geneeskunde is een verwarrende aangelegenheid.

Als je de verschillende diersoorten met elkaar vergelijkt, kun je zien dat hoe hoger een dier ontwikkeld is, met de mensapen in top, er steeds minder blinde darm en er een steeds kleinere appendix is. Bij de mens bereikt deze reductie zijn hoogtepunt. Het is heel verleidelijk om daar conclusies uit te trekken, maar het is in elk geval interessant om te zien dat het krimpen van de blinde darm gelijk opgaat met de toename van het bewustzijn. En het is ook interessant om daar aan toe te voegen dat het kleiner worden van de blinde darm, inclusief de appendix, gelijke tred houdt met de vergroting van de voorhersenen, dat gebied van ons brein waar onze persoonlijkheid huist, met alles erop en eraan. Concentratie in het gebied van de blinde darm gaat dus gelijk op met uitbreiding van het orgaan dat ons (zelf)bewustzijn mogelijk maakt, onze hersenen.

Het gaat daarbij om concentratie en niet om verdroging of verlittekening, wat bijvoorbeeld wel het geval is bij de pijnappelklier, die geheel kan verkalken en onwerkzaam worden. Er gebeurt best nog wat in de appendix.

Om te beginnen is de appendix omgeven door veel lymfeweefsel. Het is bijna zelf een lymfeklier. Dat duidt erop dat onze immuniteit zeer geïnteresseerd is in dat wat er in het begin van de dikke darm gebeurt. In onze immuniteit leeft het bewustzijn van dat wat bij ons hoort en verdedigd moet worden én van dat wat niet bij ons hoort en moet worden afgeweerd. Kortweg zou je kunnen zeggen dat in de immuniteit, zich op allerlei manieren bedienend van het lymfesysteem, het benul leeft wat “ik” en wat “niet-ik” is. Waar dus grote concentraties van lymfeweefsel gevonden wordt is het lichaam erg bezig om dat wat “ik” is te beschermen. Op een lichamelijke manier ben ikzelf als mens dus heel intensief aanwezig in die gebieden, en het is niet verwonderlijk dat lymfeweefsel vooral gevonden wordt op die plaatsen waar ons lichaam grenst aan de buitenwereld zoals  de huid of het darmslijmvlies, dat ook huid is, ook al ziet het er anders uit. Uit de pathologie weten we trouwens dat, ook bij gezonde mensen, de appendix altijd een beetje ontstoken is, mogelijk als uiting van het zeer alert zijn van het lymfesysteem.

Het is niet zonder betekenis dat heel veel patiënten met een blindedarmontsteking jongvolwassenen zijn. Dat zijn de mensen die in hun ontwikkeling intensief bezig zijn om zich als een persoon te profileren, in hun uiterlijk, werk of relatie. Er wordt op die leeftijd wel van een ik-geboorte gesproken. Iemand zijn (of worden) is dan heel erg belangrijk en je zou je kunnen voorstellen dat iemand daar dan letterlijk koortsachtig mee bezig is, wat zich uit in een koortsachtig worden van dat gebied van de dikke darm, met een ontsteking als gevolg. De ontsteking is dan te beschouwen als een doorschieten in de energie, die in het innerlijk groeiproces gestoken wordt. Overigens speelt hetzelfde (groei)probleem, maar dan meer chronisch, bij de prikkelbare dikke darm, waarbij vaak  angst of onzekerheid omtrent de eigenwaarde en het eigen functioneren een belangrijke rol speelt.

Een andere rol, die de appendix wordt toegedacht, betreft het microbioom, de moderne benaming voor onze darmflora. De appendix is een heel nauw buisje, dat soms zelfs is afgesloten door een klein klepje. Er kan niet veel in of uit en daar maakt het lichaam gebruik van, zo luidt de hypothese. De appendix zou als een soort safehouse functioneren voor die darmbacteriën, die met het organisme samenwerken en allerlei nuttige functies vervullen zoals het aanmaken van vitamine K, het produceren van energie of het helpen aan maken van serotonine.  Bij een heftige aanval van diarree kan de darm helemaal leeg gespoeld worden en is er behoefte aan nieuwe bewoning, die dan kan worden begonnen vanuit de databank, die zich in de appendix bevindt. Het is daarbij interessant om te vermelden dat wij niet zomaar darmbacteriën gastvrijheid verlenen, maar dat elk mens een hoogst persoonlijke samenstelling heeft van ongeveer 600 verschillende soorten bacteriën. Niet alleen ons DNA fungeert als persoonlijke streepjescode, maar ons microbioom ook, en misschien nog wel beter ook. Naast het ook al bij de persoon betrokken lymfesysteem, herbergt de appendix dus ook op bacterieniveau onze identiteit.

Al met al is de appendix een interessant orgaan en niet iets dat wel weg kan of geen functie heeft. Het lijkt meer een ankerpunt voor de mens die zich ontwikkelt tot een zelfstandig, zelfbewust wezen. Dat we ook zonder kunnen heeft mogelijk te maken met het gegeven dat wij onze ontwikkeling op een gegeven moment meer mentaal ter hand nemen en dat we daar ons lichaam minder voor nodig hebben, wat bij een kind wel het geval is. We groeien a.h.w. uit onze appendix!

 

.