Grote waarheden kun je het beste overbrengen met sterke beelden. En als het gaat om zoiets wonderbaarlijks als de liefde, zoals die tussen moeder en kind, dan is er weinig wat meer tot de verbeelding spreekt als een letterlijk beeld van Maria en het kind Jezus. Madonna met kind en de gekruisigde Christus, als de twee “uitersten” in het evangelie, zijn beide oerbeelden  waarvan het Christendom zich al bijna vanaf haar ontstaan heeft bediend om aan haar gelovigen de grondslagen van het christelijk geloof duidelijk te maken. Zij zijn dan ook ontelbare malen afgebeeld, in steen, hout, textiel en op iconen, fresco’s of schilderijen. Eigenlijk stond de kunst  in de westerse wereld tot de renaissance  grotendeels in dienst van de verkondiging, en waren Maria en haar Zoon, naast een (nog steeds) groeiend aantal heiligen, het hoofdonderwerp van veel kunstenaars, zoals Rafael, Michelangelo en Cranach. Zeker waar de Beeldenstorm niet heeft toegeslagen in Europa kun je derhalve in alle katholieke en Grieks- of Russisch-orthodoxe kerken in veelvoud afbeeldingen zien van Maria en haar kind, variërend van heel primitieve voorwerpen tot buitengewoon verfijnde kunstschatten.

Ik ben al jaren een verwoed verzamelaar van afbeeldingen van Madonna’s met Kind en kan geen kerk verlaten zonder er foto’s van gemaakt of ansichtkaarten van gekocht te hebben. Wat me het meeste boeit is de oneindige verscheidenheid van afbeelden, vooral waar het gaat om het kind. Maria wordt doorgaans zittend of staand afgebeeld met een rood onderkleed en een blauwe mantel. Vaak kijkt ze liefdevol neer naar het kind en soms juist naar de toeschouwer. Op een enkele afbeelding maakt ze een zegenend gebaar. Maar haar aanwezigheid is vooral dienend, als omhulling van het Kind.

Zo uniform als Maria vaak wordt afgebeeld, zo verscheiden wordt het Kind zichtbaar gemaakt. Soms zien we een pasgeborene, als een baby bij zijn moeder liggend. Meestal heeft Maria het kind aan haar linkerkant, minder vaak rechts. Soms ziet het Kind er meer uit als een stevige, rechtopstaande kleuter, bijna een groot kind. Meestal is het Kind naakt, als een pasgeborene, maar niet altijd. Wanneer het een groter kind betreft is het vaak getooid met de regalia van een koning: scepter, kroon en rijksappel, als een met macht de wereld regerend vorst. De  scepter is daarbij vaak vervangen door een bijbel of een opgerolde tekst, waarop een Bijbeltekst geschreven staat. Wanneer het kind gekroond is, heeft zijn moeder ook een kroon op haar hoofd. Uiteraard zijn er ook alle mogelijke mengvormen. Terwijl Maria op de achtergrond aanwezig is, bezet het Kind duidelijk de voorgrond.

De verschijning van het kind kan, zoals boven beschreven, de gedaante van een vorst zichtbaar maken, maar ook die van een priester, wat dan zichtbaar wordt in een zegenend gebaar. Christus wordt zo tot de vorst van de binnenwereld, de menselijke ziel.

Duidelijk verwijzend naar Christus  zijn de, meestal heel vroege, afbeeldingen van het kind in een kruisstand, zoals bij het beeld dat in de Lutherse kathedraal van IJsland in Skalholt staat en dat hierboven is weergegeven. Ik pretendeer allerminst kunsthistoricus te zijn, maar ben wel gefascineerd door de veelvoud van wijzen van afbeelden van het kind, variërend van baby tot groot kind, van koning tot geestelijk leider en van op zijn moeder gericht (met één wang tegen de hare) tot zich duidelijk wendend tot de aanwezige toeschouwer.

Van oudsher hebben de beelden van de Moeder met Kind de bedoeling gehad om de gelovigen te inspireren en hun geloof te richten op God. Iconen werden gemaakt om aanbeden te worden, thuis en in de kerk. Daarbij werd er gaandeweg geen onderscheid gemaakt tussen het icoon als voorwerp en de afgebeelde figuur zelf. De icoon zelf werd als heilig beschouwd, aanbeden en gesmeekt om voorspoed of genezing van ziekte. Dat is niet in alle tijden geaccepteerd en zo is het Byzantijnse rijk bijvoorbeeld een paar eeuwen geteisterd door het zogenaamde iconoclasme, een Beeldenstorm avant la lettre, waarbij iconen verwoest werden vanuit de gedachte dat de icoon zelf teveel door de gelovigen als goddelijk werd beschouwd en de mensen afleidde van het ware geloof in Christus. Het heeft heel wat iconen het “leven” gekost!

De afbeelding van Maria met Kind maakt nog een andere perceptie van de betekenis mogelijk. Dat vereist enige afstand. Het is namelijk denkbaar dat het beeld van de moeder met haar kind, zoals dat in de kerken te zien was, de aandacht van de gelovigen ook op zichzelf moest richten. Een mens komt uit de geestelijke wereld, bij G-d vandaan. Maria, de omhullende, op de achtergrond functionerende, leven scheppende moeder kan vanuit deze zienswijze een beeld zijn voor de geestelijke wereld, de hemel, die de aardegeboorte mogelijk maakt en voorbereidt. Het kind is de mens, die uit haar geboren wordt en (nog naakt) de aarde gaat betreden. Uit de goddelijke Maria wordt een aards mens geboren. De benaming “Mensenzoon” verwijst hier ook naar. Het moet de gelovige beschouwer duidelijk maker dat hij voortkomt uit de goddelijke wereld en, zoals een moeder eeuwig met haar kind verbonden is, er altijd deel van uit blijft maken. Het geloof, de religie (van het Latijnse religio, dat wederverbinden betekent) is als een levenslange navelstreng, die de mens met God verbindt. Hij heeft het leven te danken aan God en moet hem daar dan ook eeuwig dankbaar voor zijn. De feitelijke afbeelding van de Moeder Gods en haar kind wordt hiermee vergezeld door de innerlijke beleving van God als bestaansgrond van de wereld.

De onverbreekbare band tussen moeder en kind heeft ook in onze sterk seculariserende tijd nog niets aan kracht ingeboet. De moederliefde is op allerlei manieren dé metafoor waar het om liefde en verbondenheid gaat. Dit geldt ook voor het tegendeel: daar waar het tussen moeder en kind mis gaat is dat van een even absoluut karakter en wordt dat het werkterrein van vele hulpverleners. Maar een mens moet het wel heel bont moet maken om de liefde van zijn moeder te verspelen.

Het is erg interessant om te zien hoe de verbondenheid tussen moeder en kind tot in de fysiologie doorwerkt. Met name in de immunologie, de wetenschap die alle denkbare aspecten van de afweer onderzoekt, is de laatste jaren veel bekend geworden over de manier waarop zich de immuniteit van de pasgeborene ontwikkelt. Zonder hier verder diep op in te gaan kun je stellen dat immuniteit het vermogen is om onderscheid te maken tussen dat wat bij het eigen lichaam hoort en dat wat niet tot het eigen organisme behoort. Op lichamelijk niveau hebben we dus zo het vermogen om “ik” van “niet-ik” te onderscheiden. We kunnen ons dus als persoon ervaren op basis van onze lichamelijk aanwezige immuunsysteem. Daarom heeft het immuunsysteem het vermogen om onacceptabele indringers af te weren en onschadelijk te maken. Een pasgeborene moet zijn eigen immuniteit nog helemaal opbouwen en komt als persoon, die voor zichzelf kan opkomen  “naakt” op aarde.  De moeder is, zeker in het prille begin, daarbij uiterst belangrijk.

Het is bekend dat al ver voor de geboorte door immuuncellen van de moeder bacteriën naar   de placenta versleept worden om de foetus op een gedoseerde manier ermee kennis te laten maken. Immuuncellen uit de longen en de darm van de moeder verzamelen zich tijdens de zwangerschap in de placenta en later, na de geboorte, in de borstklieren om het kind te voorzien van antistoffen tegen de indringers die vooral via het kinderlijke darmstelsel en longen binnendringen, en waartegen het kind zeker in de eerste maanden weinig verweer heeft.

De zorg van moeder voor een goede afweer zet zich voort na de geboorte. Borstvoeding, zeker in de eerste tijd (colostrum), zit stampvol antilichamen, die het kind beschermen tegen infecties. Zo er toch infecties optreden, dan komen de veroorzakende virussen via het speeksel van het kind in  de melkklieren terecht waar ze door immuuncellen van de moeder worden opgevangen. De moederlijke immuuncellen produceren vervolgens antistoffen, die via de placenta het kind bereiken en helpen om de infectie te bestrijden. De eerste vaccinaties krijgt een mens van zijn moeder!

Het was lang een raadsel waarom het immuunsysteem van de moeder zich wel richt tegen virussen en bacteriën of getransplanteerde organen probeert af te stoten en zich niet richt tegen het kind, dat in feite ook niet lichaamseigen is. Dat is een wonder en de vraag omtrent de moederlijke coulance is ook nog niet helemaal opgehelderd. Wel is komen vast te staan dat het immuunsysteem van moeders sowieso op een lager niveau functioneert. Vrouwen die veel last hebben van medische problemen als allergie of een auto-immuunziekte, zoals bijvoorbeeld  reuma, kunnen daarvan profiteren. Zij hebben minder last van hun klachten omdat hun immuunsysteem op een lager pitje staat. Immunologisch gezien is het lichaam van moeder wat toegeeflijker in de zwangerschap!

Darmbacteriën zijn heel erg belangrijk bij de opbouw en het in stand houden van onze immuniteit. Ook hieraan is door moeder gedacht! Elk kind dat op de normale weg via het baringskanaal geboren wordt krijgt van moeder een klein overlevingspakketje mee in de vorm van een klein beetje baarmoederslijm en mogelijk wat ontlasting, waarmee het kind zijn tot dan toe nog steriele darmen kan gaan koloniseren. En de borstvoeding voorziet het pasgeboren kind van honderden verschillende soorten bacteriën en voedingsvezels om een gezonde darmbewoning te stimuleren.

Voor en na de bevalling wordt het kind door het moederlijk immuunsysteem voorbereid op een individueel, onafhankelijk leven. Maar de verbondenheid met moeder blijft. Op indringende wijze wordt dit op lichamelijk niveau geïllustreerd door het gegeven dat vanuit de moeder immuuncellen de kinderlijke circulatie ingaan en daar maanden tot misschien wel altijd aanwezig blijven en dat, de andere kant op, cellen van het ongeboren kind in de moederlijke circulatie terecht komen en daar ook lang of misschien wel altijd zullen blijven. Het is zelfs bekend dat foetale cellen zich in organen van de moeder kunnen nestelen en zich ontwikkelen tot bijvoorbeeld volwaardige lever- of niercellen, naar gelang het orgaan waar ze in terecht gekomen zijn. Ook op lichamelijk niveau kun je als mens dus nooit los komen van je moeder, en zij niet van jou. Het is een interessante, maar ook wonderlijke gedachte dat een moeder zo levenslang haar kinderen met zich meedraagt.

Als we het gegeven van de voor altijd aanwezige lichamelijke verbondenheid tussen moeder en kind enerzijds en de hieruit ontstane immuniteit en het hierop gebaseerde onafhankelijke zelfgevoel transponeren naar het beeld van de Moeder Gods en haar Zoon,waarmee we dit artikel begonnen, dan zouden we kunnen constateren dat op elk denkbaar niveau, van heel spiritueel tot heel lichamelijk, er een niet aflatende band is van een mens met zijn oorsprong, noem het de geestelijke wereld, die de bakermat van ons ik is en waarmee we in contact kunnen komen en blijven door de religie. Waar dat in vroeger tijden werd ondersteund door het uiterlijke beeld zal daarvoor in onze tijd andere manieren gevonden moeten worden. Maar het kan geen kwaad en het kan ook heel behulpzaam zijn om toch de oude voorstellingen van beelden en iconen daarbij een rol te laten spelen. Maar ook nieuwe “beelden” kunnen ons duidelijk maken wat verbinding is. Die nieuwe beelden ontlenen we aan datgene wat de moderne wetenschap ons laat zien aangaande bijvoorbeeld de grote rol die een moeder op fysiologisch niveau speelt bij de start van het leven van haar baby. Verbinding manifesteert zich zo op verschillede niveaus, spiritueel in het beeld van Maria met Kind, wat de liefde van G-d tot de mens zichtbaar maakt, gevoelsmatig in de verwachting van ouders ten aanzien van hun ongeboren kind en lichamelijk in de warmte waarmee de pasgeborene omhuld wordt en de rol van de moederlijke fysiologie bij de zich ontwikkelende immuniteit van het kleine kind. Verbinding, expliciet gemaakt in de relatie van een moeder tot haar kind, blijkt zo een alles doordringende waarheid te zijn, d.w.z. zich manifesterend in elke geleding van het menselijk bestaan.

 

 

.